Het leed dat Marieke’s Ski avontuur heet – Snowworld.

Al enige tijd geleden dat ik een blog schreef en nog langer geleden dat ik ging skiën. Daar zie ik zeker een verband tussen, mijn ski leed leidt ten slotte elke keer weer tot jullie vermaak.

En ik ben de beroerdste niet, ik vermaak een ander graag en dus deze voorjaarsvakantie weer een ski avontuur.

Deze keer geen gestress met sneeuwkettingen, uren rijden&lijden en met 8 man in een klein appartement…
…maar gewoon op 2 uur afstand in eigen land, in een luxe bungalow, met alleen mezelf en op 20 min rijden van de piste.

Bovenstaande getuigt van veel zelfinzicht. En omdat je dat soort wijsheid ook niet moet overdrijven, was dat dan ook weer het einde van het zelfinzicht.

Zo vlakbij Snowworld, dat vroeg om een ski avontuur en dus zijn Lidl helm en ski outfit meegegaan naar Reeuwijk.

Omdat Social deal een actie heeft, 4 uur skiën voor de prijs van 2 uur, heb ik die natuurlijk geboekt. Als je gratis 2 uur erbij kan scoren, moet je daar gebruik van maken natuurlijk, je bent Nederlander of je bent het niet. 4 uur lukte me heus.

Aangekomen bij Snowworld, voelde ik een soort Efteling enthousiasme. “Hoera, yay, ik ben hier gewoon, avontuur!!”. Ski’s en schoenen opgehaald, so far, so good. 2 jongens beoordeelden mensen op “echte skiër of alleen in de hal” (gasten, niet dat Snowworld mensen inhuurt om dat te doen ofzo. nou ja. Misschien wel maar dan waren ze undercover) en die plaatsten mij in de categorie ervaren. yay! Zie je!

Toen moesten die schoenen aan…ik had dat proces even verdrongen. Meine gute. Wat een ellende. Waarom dan toch? Wie heeft toch bedacht dat die dingen onmogelijk zijn om aan te krijgen? Ik zeg je, als je die schoenen eindelijk aan hebt dan ben je eigenlijk al halfgaar (sowieso ben je dat als je aan skiën begint maar ik bedoelde het nu energie-wise). Daarna op die schoenen, met de ski’s, door het skipoortje. Alwaar je vanaf je telefoon een QR code moet scannen, QR voor toegang piste in deze, welteverstaan.
Maar. Hoe activeer je dan je telefoon en het ticket als je ook ski’s in je handen hebt, die in handschoenen gehuld zijn  – want dat moet van hullie van Snowworld zodat je handen geen corona overbrengen – ik bedoel…hoe?!?!
Ik zag allemaal ouders het fixen voor hun kinderen, maar ja die van mij zitten in Leeuwarden dus daar had ik niks aan. Oh ja in dit geval waren de kinderen 8 en niet 35 zoals mijn persoon, maar details.

Telefoon gevonden (zoektocht want; goed weggestopt ivm niet kwijtraken op de piste), code gescand en toen zsm door t poortje met ski’s, op die schoenen, en mn spullen, en…
…ja dat ging dus niet soepel. Ski tussen poortje, file werd nog langer (al ontstaan door zoektocht tel, ‘mamma waarom lopen we niet door?’ “Die mevrouw moet haar telefoon zoeken, even wachten” tja), kortom; ze wisten dat ik er was.

Uiteindelijk op schoenen, in Lidl outfit en met ski’s aangekomen bij de pistes. Piste 3 was voor gevorderden, ik besloot wijs te zijn en te beginnen op piste 1. Maar. Ik had nog geen stokken. Gezien eerdere ervaringen op de Franse Piste én het feit dat je je hier ook over vlaktes moest voortbewegen, leken stokken me wel wijs. Gelukkig stonden er tonnen vol, het bord er boven kon ik niet zien door mensen die ervoor stonden maar ik dacht “ach, hoe belangrijk kan het zijn, een stok is een stok.” Ik koos mooie blauwe, matchend met mn Lidl pak en helm. Hoe leuk!

Op een rustig punt op de piste klikte ik mn schoenen SOEPEL IN DE SKI’S.  Ja heus! Ik was er zelf ook verbaasd over en meteen ook enthousiast. Iets te. Toen ik verbaasd en enthousiast rechtop zou staan zoefde ik bijna alsnog onderuit. Gelukkig had ik mn blauwe stokken, die prikte ik dus ik de sneeuw. Voelde wat gek, moest een beetje bukken als een oude beppe die kromloopt, maar ik plaats van daar aandacht aan besteden dacht ik; “ach misschien was dat toen ook zo, alweer 4 jaar geleden die wintersport dat soort dingen vergeet je…”

Goed. Een ieder die nu denkt “dat klopt niet” heeft gelijk, maar ik wacht graag met dat soort wijze conclusies tot een cruciaal moment, zo zou blijken.

Ik duwde mezelf, voorover gebogen en ploeterend, richting de lift van piste 1.
Een beetje zorgen maakte ik me wel, in Frankrijk hadden we uitsluitend van die stoeltjes liften of cabines. Die hadden zo hun eigen gevaren, maar…  zo’n treklift,  je weet wel met zo’n stok tussen je benen, hadden ze daar niet. Dus: enige zorg was gepast; ik heb niet zo vaak een stok tussen mn benen tenslotte…. en voor iedereen die nu rare dingen denkt, GA JE SCHAMEN.

Het ging verrassend goed. Ding pakken, stok er tussen, hangen met mn armen… en al halverwege de lift kwam ik erachter dat je gewoon achterover kon hangen omdat er een soort rond plankje is voor je kont… nou ja. Al doende leert men. Ik ging niet, zoals sommigen anderen daar, vallen, liggen, huilen of schelden. Ik gleed gewoon naar boven.

Bovenaan die piste dacht ik , hmm…hoe bestuurde ik die ski’s toen ook alweer, kan ik dat nog, waarom wilde ik dit, dit komt nooit goed, kortom: allemaal helpende gedachten dat lees je wel.

Nou heeft zo’ indoorpiste een aantal wezenlijke voordelen t.o.v. een echte piste:
1. Geen dal naast de piste, dus daar kun je niet belanden.
2. De kans dat je verdwaalt is aanzienlijk kleiner en een kaart voor het skigebied is niet nodig en hoef je dus niet te kunnen lezen.
3. De kans op mist is nihil.

Allemaal elementen die me gunstig leken,  hoewel er toch wel een wezenlijke factor miste die ik op de piste wel had; mensen met ervaring. Met name het Quina heldmens en de mannen die we mee hadden toen. Bovenaan die piste achtte ik het niet ondenkbeeldig dat deze ontbrekende factoren/personen wellicht niet op zouden wegen tegen alle voordelen.

Nu komt het…het viel reuze mee! Ik moest er even inkomen maar na 2 keer piste 1 ging het aanmerkelijk soepeler. Vol enthousiasme ging ik door, door, door. Piste af, lift omhoog, piste af… enfin. U snapt het principe.

Ik moet wel zeggen, in mn hoofd waren Quina en de mannen bij me. Normaliter zou t ik t niet durven delen, dat de “de mannen van” zo in mn gedachten zaten, je kan niet voorzichtig genoeg zijn tegenwoordig voor je t weet denkt men er wat van. Maar in deze was het op aanwijzing en skileraar niveau. “Bochtjes maken! – Leunen op het been wat bij de helling afgaat ” dat soort dingen.

Op piste 1 zijn ook de lessen en daar bevinden zich de beginners. Dat betekent dat er ook veel mensen even in de sneeuw gaan liggen, dat er soms een ski of board voorbij komt zonder mens, of dat ski’s en mensen met elkaar in de knoop liggen. Hoewel het qua steile helling meevalt, is het wel een goede test voor je reactievermogen.

Áls je dan ineens een bocht maakt of uitwijkt, kan het handig zijn je stokken in de sneeuw te prikken. Maar ik moest daarvoor best erg bukken. En dat is voor je balans weer wat minder. Toen ik accuut moest uitwijken, voor een dame die even in de sneeuw wilde gaan liggen (haar vriend/man kreeg de schuld van deze onverwachte ligsessie terwijl ie een stuk van haar af was…of misschien juist daarom…), en ik in de lucht liep te prikken omdat die stok er boven zweefde, waardoor ik een zeer interessant staaltje beweging liet zien (ik zou het geen skiën willen noemen, eerder acrobatiek)…toen dacht ik ineens: zouden die stokken te kort zijn?

Je moet er maar op komen…

Over vlakke piste, als een kromme oma want die kleine stokken, terug naar de tonnen met stokken. En ja hoor, op het briefje stond dat ik een veul grotere maat moest.
Die waren geel, jammer voor de match, maar het ging een stuk soepeler dat moet gezegd.

Zo soepel dat ik overging naar piste 2. Daar hadden ze ook “stunt” materialen op staan, maar omdat ik geen materiaal nodig heb om te stunten op ski’s leek dat me niet nodig. Toch blijft het dan dodelijk voor je zelfvertrouwen als kinderen van  10 daar als ware stunters overheen zweven…

Steile helling, ik ging lekker met een vaartje (” bochtjes maken, je kan niet zo kamikaze naar benedenz levensgevaarlijk met jou…” nu was het handig dat die mannen alleen in mn hoofd zaten en niet naast me stonden).

Na 1,5 vond ik het tijd voor een pauze. Ski’s uit (in mijn hoofd hoorde ik een van de mannen “met je stok erop drukken stap je er zo uit” en jawel soepel stapte ik eraf.

Maar toen moest ik weer waggelen op die schoenen met die ski’s in mn handen en handschoenen aan en mn telefoon uitgraven voor t poortje waarna je meteen je mondkapje op moest en mn bril besloeg (ik had lenzen in moeten doen maar dat was toen wat laat) nou dat was zo ongeveer t moment dat alles, ik herhaal ALLES uit mn handen kletterde. Een jongen keek het eens aan en sprak de wijze woorden “ja het valt niet mee…”. NEE. dat klopt. Help me of rot op.
Maar dat zei ik niet hoor ik stopte na nee. Zo ben ik dan ook wel weer.

Toen ik t restaurant had bereikt met alle spullen en op die schoenen en… toen was mn eetlust met de noorderzon vertrokken. En, dat is dan weer jammer als je alleen bent, het was een zelfbedieningsbuffet. Maar een dienblad ging er nooit meer bij in mn handen. Dus spullen toch maar op goed geluk bij een tafeltje achter gelaten (kostbare spullen als autosleutel en portomonee niet, mn vertrouwen in de mensheid is ook weer niet zo groot) en waggel de waggel naar t restaurant voor chocomel.
Tip van mij: voor je op een knop drukt van een choco/koffieapparaat, check even welke kop je moet pakken. Een te kleine is niet handig. Ik zeg t maar even.

Enfin. Na een chocomel pauze en een kort intermezzo met mn telefoon, deed ik een poging mn opkomende blaren te negeren en waggelde weer, met alle spullen, naar die vervloekte poortjes. Alwaar zich t hele proces van eerder die dag herhaalde, inclusief rijvorming achter mij. Maar jongens, echt… zo’n poortje lukte me ZONDER SKI’S, al niet eens bij Ursus (sportschool), laat staan in deze situatie.
Ik deed nog een paar rondjes piste 2 en vond mezelf nu gevorderd genoeg  voor piste 3. (Of nou ja feitelijk was ik al halfdood en blaren en de wijze mannen zeiden in mn hoofd “stoppen als je moe wordt want daarna komen de ongelukken”. En ongelukken leken me niet handig want wie haalde me dan uit Zoetermeer maar ik wilde wel die andere piste nog proberen want t was mn eer te na dat niet te doen en heus kon ik dat en…dus stopte ik nog niet pas na die piste. Enzo).

Op naar de gevorderde piste. Hier een langere treklift, maar hee ik had ervaring nu dus geen probleem, en ook een langere rij. Met gevorderden. En mij.

Omdat ik toch enige druk voelde te laten zien dat ik gevorderd genoeg was voor de piste, had ik enige stress bij de lift die toch wat anders ging dan die anderen.
Lang verhaal kort, ik eindigde met de skistok (die gele dus) ook tussen mn benen maar op dat zitje. Maar ik durfde m er niet weg te halen want dan moest ik omhoog komen van de lift en was de kans op vallen groot, in mijn geval 100% denk ik. Dus. Lijden en doorgaan met die stokken tussen mn benen.

Toen we het eindpunt naderden dacht ik: hoe kom ik nou van die lift af, met mn spullen en zonder dat stoeltje.

Vraag me niet hoe, ik doe t ook niet na, maar de stoel veerde na t loslaten tegen mn hoofd, ik was even wauzie maar mn ski’s gingen vast verder (met mij erop dat nog wel) en dus kwam ik zo zo’n beetje aange…tja. aan bovenaan de piste.

Eenmaal bovenaan bekroop me toch een gevoel van enige spijt….maar ja. Er was maar 1 erg naar beneden en die strekte zich voor me uit. Gelukkig zag ik nog een paar minder gevorderden gaan, dus…gaan en maar zien hoe ik beneden kom.
“Bochtjes maken!!”  “Niet zo kamikaze naar beneden”  “lange banen, ski’s bij elkaar” Ik hoorde t allemaal in mn hoofd maar ik had geen idee hoe t te bewerkstelligen dus niks parallel, mooie bochtjes of lange banen maar gewoon rauzen.. en halverwege dacht ik WAAR IS QUINA. Het was zelfs zo erg dat ik een tel dacht haar te zien. Sneeuwversie van een Fata Morgana denk ik.

En na die kick wilde ik weer! (“Als je moe bent en denkt ik wil nog 1x, niet doen, dat is de keer waarop de ongelukken gebeuren..” ik hoorde t wel maar negeerde het).

Daarna ging de lift goed (hoera!) De piste was specaculair en totaal onverantwoord.

Maar: Wat. Een. Avontuur. Weer. En natuurlijk ligt ik de pret ervoor jullie uitz maar echt…kicken was het.

Geweldig genoten.

En nu heb ik rugpijn. En pijn overal. En ook daar waar je denkt dat geen spier zit. Daar ook.

Ja…ik heb gestaakt.
Voor wat mij betreft het mooiste beroep wat er is, met een prachtige missie: de toekomst van ons land opleiden.

Ja…ik heb gestaakt.
Nee…niet omdat ik 2 dagen vrij wilde hebben. In tegendeel: met buikpijn omdat ik weet wat dat voor impact heeft voor ouders& op “onze” kinderen.

Ja ik heb gestaakt…
Maar ook, net als de meeste van mijn collega’s, de afgelopen week extra gewerkt om de uren van de staking te compenseren
…en was ik om het “echte” staken heen gewoon thuis aan het werk.

Ik heb helemaal geen tijd om te staken. Ik wil helemaal niet staken.

Maar…
Ja…ik heb gestaakt.

Ja…ik heb gestaakt…voor de leerlingen, die niet elke dag meer leerling kunnen zijn. Omdat er geen meester of juf voor hun klas staat.

Ja…ik heb gestaakt…voor de leerlingen die een leerachterstand hebben opgedaan. Omdat ze te weinig les hebben gehad, of van een matige kwaliteit. Omdat er een tekort is aan (goed) personeel. Omdat de directeuren al blij zijn dat er íemand voor de klas staat en het dan steeds vaker niet meer over de kwaliteit van de docent gaat.

Ja…ik heb gestaakt…voor de leerlingen die thuis zitten. Voor de leerlingen die aangemeld zijn voor het speciaal onderwijs, maar waar geen plek voor is. Omdat er een tekort is aan personeel die met deze -prachtige- doelgroep aan de slag wil gaan.

Ja…ik heb gestaakt…voor de ouders, die hun kinderen steeds vakers, soms elke week, thuis hebben, omdat er geen leerkracht is.

Ja…ik heb gestaakt…voor alle collega’s die ziek doorwerken, omdat er geen vervanger is.

Ja…ik heb gestaakt…voor al die zaken die het onderwijs “hoort” te doen, maar waar we de tijd en bemensing niet voor hebben.

Ja…ik heb gestaakt.
…want (goed) onderwijs gaat over de toekomst van ons land.
…want (goed) onderwijs gaat over (de vorming van) mensen.
…want goede meesters en juffen hebben een blijvende impact op levens die nog maar net van start zijn gegaan.

Ja…ik heb gestaakt.
…want hoe hard ik, hoe hard wij, ook werken…het is lang niet genoeg.

Ja…ik heb gestaakt. Als signaal naar de overheid. Naar de maatschappij.

Ja…ik heb gestaakt.
…omdat zien wat de problemen in het onderwijs, doet met de leerlingen…
….me intens machteloos en verdrietig maakt.

Je mag alles vinden van ons en onze staking. Maar vergeet niet:
Wij strijden voor onze kinderen.

“Onderwijs maak je samen”

Leed voor vermaak

Het viel me de laatste tijd op… ik ken een boel mensen die echt wat kunnen. 

Ja maar echt. Niet alleen leuk een liedje zingen in de douche, met de douchekop als microfoon en doen alsof je voor volle zalen staat (dat doe ik dus). Maar écht kunnen zingen en optreden en shows geven en alles. Of achteloos dan tijdens t shoppen even wat zingen en dat mensen echt omkijken van wozes. 

Dat werk. 

Of ze kunnen acteren. En dan niet doen “ja ik kom graag op je verjaardag!” En “ja was gezellig moeten we vaker doen” of “jaaa gaat goed!” zoals ik acteer.

Maar echt betaald en in voorstellingen en op toneel en alles.

Nou dat werk dus. En dan ga ik dat als groupie allemaal af en onwillekeurig vraag je je dan toch af: waar ben ik goed in? 

En aan anderen heb je niks want als je dat uitspreekt , dan ben je te onzeker en is het onzin. Maar wat me nou zo’n zorgen baart… het is ook niet echt zo dat ze dan zeggen; ja, maar jij bent goed in…

Ik bedoel, dat zou best bemoedigend kunnen zijn. Toch? 

Maar dan zeggen ze “ja natuurlijk je bent heus ergens goed in…”

Dat is eigenlijk een soort van “ja sinterklaas komt wel bij je schoen ook al hebben we geen schoorsteen.”  

Maar laatst had ik beet. “Je kan heel erg lachen om jou. 

OM jou dus. Niet MET jou, maar OM jou.

En ik moet zeggen, dat gebeurt vaak. Als ik vertel over… nou ja. Het leven en waar ik tegenaan loop, vinden mensen dat dus erg leuk. Wat echt erg sneu is voor mij. Mijn leed is een anders vermaak.

Maar goed. Elk nadeel hep zijn voordeel zeiden we toen nog. Ja. Nu kan dat niet echt meer want degene die het zei heeft uit zijn laatste nadeel toch weinig voordeel gehaald…

In ieder geval.

Nou ja, hij heeft nu wel een hele arena die naar hem vernoemd is. Lijkt mij ook wel wat. Geen arena dan want ik heb niks met voetbal. nee joh. Ze sturen me altijd weg als we een wedstrijd kijken en naast het veld wordt commentaar als “die sokken matchen niet met het broekje” dus niet meer gewaardeerd. En sinds ik heb gejuicht toen de tegenpartij een doelpunt maakte (ik bedoel, kan gebeuren toch, foutje), heb ik gemerkt dat voetbal kijken niet goed voor mijn levensduur is.

Dus geen arena.

Ik weet ook niet wat er dan naar me vernoemd moet worden trouwens. dat moet passen bij waar je goed in bent, maar…

oh we dwalen af, we hadden het over waar ik goed in was,

Dus ik ging me afvragen; wat kan ík eigenlijk?!
Ja ik bedoel, als je als groupie al die shows afloopt, dan komt dat moment toch een x dat je denkt; waar ben ik eigenlijk goed in.

Ja maar ja. Toen werd t dus best stil. In mn hoofd. Niks geen antwoord kwam er op. Waar ben ik beter in dan mn vrienden en bekenden? Wat kan ik dat niemand van hun kan…?

Het duurde even, Maar ik ben eruit!
Ik heb ongelukken en problemen die een ander niet eens bedenkt.
Jawis!

Kijk. Voor t geval je nu aardig en psychologisch denkt “niet zo negatief Marieke, jij kan ook wat” .

Ik zal even een situatie schetsen.
Nog niet zolang geleden mocht ik bij de premiere zijn van een show waar een vriendin in meezingt. Op t podium en betaald en alles he, niet dat ze random in de zaal meeblaat. Dat dat ff duidelijk is.

Ik ging als +2 mee. Haar moeder nam haar vader mee…en mij.
Goed. Laten we daar verder geen ding van maken. Dat +2 zijn. Ik ben in ieder geval niet de minnares en in dat opzicht +2. Laten we t positief bekijken.

Anyhow. Ik had zeer attent aangeboden te rijden..juiste parkeergarage opgezocht en alles, ik voelde me zo volwassen en georganiseerd.
Dat duurde niet lang.

We reden de garage in, stond een dude een kaartje uit de automaat te trekken ivm de doorstroming…ofzo. of als hobby je weet niet hoe ze t doen daar in Groningen. .ANYWAY. ik kreeg dat kaartje en dacht DIT MOET IK GOED OPBERGEN EN NIET KWIJTRAKEN. Ooit eens gehad. Moest ik jankpartijen enseneren en de parkeergarage meneer overtuigen en alles, was een keer en nooit weer.
Dus.
We reden naar een parkeerplek en ik berg dat kaartje op…. en toen werd me wat gevraagd.
En ergens daar tussenin raakte ik t kaartje kwijt.

Enfin. 5 minuten later zocht moeder van de vriendin mn portomonee en tas door en kroop haar vader door mn auto (ja ik heb m..oh nee weer een telefoonnummer. Ja ik heb m. Oh nee deze is van de rai. Welkom in mijn auto) op zoek naar t kaartje.

Uiteindelijk vonden we m, ik zeg uit zelfbehoud niks over waar. Toen gingen wr voor de voorstelling naar de wc. Best slim. Ik sta op. Zou doorspoelen maar…

HOE DAN. Ik zwaaide vd sensor boven de wc. Drukte erop dance moves alles. Tot ik t opgaf en maar naar buiten liep… EN TOEN SPOELDE HIJ ZELF DOOR.

Ik bedoel..serieus. Die meiden staan 2,5 uur te shinen on stage en ik heb hulp nodig mn parkeerkaartje te vinden en de wc door te spoelen.

Dus nee. T valt niet mee.
Maar: mijn leed is een anders vermaak.

Dus dat ga ik maar inzetten!

Zaallicht uit…spotlight aan…

en gaan!

Sterfbed

De laatste dagen…uren…strijden
en net als we je weg zien glijden

Ben je daar ineens weer
Helder en vol besef en dan plotseling…
….niet meer.

Heldere gedachten worden vervaagd,
Als je door hallucinaties wordt belaagd.

Tot je ineens…naar boven blijft kijken,
Zou je blik al naar de hemel reiken?

Momenten van grote paniek, angst en verdriet,
Als je je realiseert dat je ons straks niet meer ziet,

Worden gevolgd door een glinstering in je ogen en we zien hoe je lacht,
Als we zeggen dat pappe/opa op je wacht.

We zeggen dat het goed is en dat je mag gaan,
Maar je lichaam en geest willen daar nog niet aan.

Terwijl jij vecht, huilt, lacht en strijd,
Raken we je elk uur een beetje meer kwijt.

De laatste dagen…uren…strijden
Tot je straks echt weg zal glijden.

We pakken je hand, zeggen dingen nog een laatste keer.
Tot het moment van…
…nooit meer.

Dag oma!

Wat zeg je

Zo’n laatste keer

Als je vertrekt en weet:

Misschien nooit weer?

Wat doe je

Op zo’n laatste moment

Als jij er wel ligt

Maar ik niet weet of je er nog bent?

Wat voel je

Zo’n laatste tel

Als je nog praat maar denkt:

Hoor je me wel?

Wat doe je

Als je iemand ziet strijden

En niet weet

Hoe lang moet jij nog lijden?

Ik pak je hand,

Je knijpt nog in die van mij

Je ziet me nog

Je bent er nog bij.

Ik pak je hand

Je knijpt niet meer

En net als ik denk dat je weg bent,

Adem je weer.

Ik pak je hand,

Aai je wang,

Wat voel je nog, wat denk je nu?

Maakt wat er komt je bang?

Een laatste ademteug,

Het hart wat steeds langzamer klopt.

Tot het, na een aantal lange minuten,

Voor altijd… stopt.

Ik was je armen, kam je haar,

Doe jou je mooiste kleren aan.

Je ligt er wel, maar bent er niet meer.

Je lijf is hier, maar jij bent gegaan.

En terwijl wij herinneringen ophalen,

En je afscheid voorbereiden,

Weten we dat jij er ligt,

Maar niet meer hoeft te lijden.

Het is goed zo,

Je bent nu vrij.

Maar als ik later weer bij je kom,

Wacht je dan daar op mij?

Dag “ouwe taaie” oma…

… “laat de broek maar lekker waaie” daarboven!

Ski avonturen part 5: Mistige tochten met het Quina heldmens

Foto met Quina na een andere barre tocht, maar zonder mist. Anders zag de foto er zo uit:

—-

Ok daar komt ie hoor, het beloofde vervolg, want ik kon jullie natuurlijk niet al te lang laten wachten.

Na de les (over de lessen later meer) wachtte onze getrainde achterban ons op. Zij hadden een route waarmee we met elkaar terug konden skiën naar “ons” huis en dan hoefden we niet te lopen en zeulen met spullen. Die ochtend met spullen slepen stond me nog helder voor de geest, dus ondanks de vermoeide benen, klonk dit me als een prima plan in de oren

Enfin. In de lift naar boven was het nog redelijk ok (ik was pro natuurlijk nu ik ging OP het stoeltje zitten ipv ernaast). Boven was er mooi uitzicht en gingen we in t zonnetje een stukje omlaag en dat deed ik best wel stressvrij en alles. Ik oefende zelfs tips van Paul.

MAAR TOEN. Ineens werd het bewolkter, bewolkter, bewolkter… en binnen 10 minuten was het zicht teruggegaan naar zo’n 50-40-10-5-2-1-0,5-0,3 meter. Geen grap. Ik kon mn ski’s nog net zien.

Dat leverde in de groep wat stress op. En verdwaaldheden enzo. De mannen ontfermden zich over hun vriendinnen (ik dacht serieus nog: och die sketepeten, goed zo, pas op hun.) Toen ik een van de twee hoorde roepen: JIJ PAST OP MARIEKE. Dit was bedoeld voor (schoon)zusje van.

Ik zou net zeggen dat ik een zelfstandige…

Toen ik roetsj wegsuisde en niemand meer zag en besloot dat dit wellicht niet het moment was om de zelfstandige single vrouw uit te hangen.

Ik gebruik steeds bewust geen namen (privacy wet en alles). Maar voor helden moet je een uitzondering maken.

Ik zeg je. Quina is mijn persoonlijke (ski) held en levensredder en alles. Zonder dit Quina mens had ik doe heule vakantie niet overleefd (vrij letterlijk) en ik ga ook alleen weer als Quina er is. Maar echt. We hebben meerdere avonturen beleefd maar het dieptepunt avontuur deel ik vandaag…(Jullie al blij)

Quina zei (toen ze me gevonden had in die mist) “We kunnen janken, maar dat helpt niet, dus we gaan door.” Ik hou daarvan op zo’n moment. Het was helemaal waar tenslotte, (hoewel om ons heen heul veul grote en kindermensen probeerden de mist weg te huilen. Werd t alleen maar vochtiger en mistiger van denk ik) dus laten we er maar t beste van maken.

Na 2 minuten waren we iedereen kwijt. En moesten we blijven schreeuwen tegen elkaar want elkaar zien was niet echt een optie. (“Quina ik lig hier en ik zie mn benen niet dus moet even zien hoe ik uit de knoop kom.” En de reactie: “je kan het, benen naar beneden, stok in de sneeuw daar en daar, ik zeg je, Quina kan je telefonisch nog van een berg afhelpen”).

Vrijwel niks zien heeft een aantal gevolgen, waarvan voor deze toch belangrijk waren:

⁃ je ziet niks, dus ook geen diepte of stijlheid dus ach.. hoogtevrees bestaat niet.

⁃ Je ziet ook geen route borden of dorpen of huizen of liften dus je hebt geen idee waar je bent.

⁃ Je ziet geen mensen dus het is rustig op de piste en een spookhuis tegelijk want mensen doemen ineens op.

In het begin, dat moet gezegd, nam Quina me nog serieus als we de kaart pakten voor de route. Het verschil, tussen haar en mij, is dat zij de kaart ook echt snapt en ik niet. (Na een week keek ik nog op de achterkant en zocht de route in het verkeerde skigebied, ik bedoel maar). Maar ja. Die kaart snappen, dan moet je wel weten waar je bent. En dat wisten we dus niet. Recht zo die gaat dan maar en zien wanneer er iets van een aanknopingspunt komt. We hadden wel lol samen. Mooi verhaal dit, laten we er maar om lachen. En als t donker wordt zoeken ze ons misschien hopelijk wel een keer.

Ijsvlaktes, ineens glijden, ik zag dan wel geen diepte maar vond onze ski’s verdacht scheef naar beneden staan en mn pizzapunten waren alleen maar remmen en spieren aanspannen en verzuren en ellende en vallen en nooit weer overeind komen en ALLES.

Bij een bord pakte Quina de kaart. “Ik denk dat we hier zijn dus -hier hou mn handschoenen even vast – als we nou deze piste en dan -oh kut mn stok valt die zie ik nu niet meer even zoeken, hier hou vast- ja dan gaan we zo…” en ik stond daar maar wat met al die stokken en handschoenen mezelf staande te houden. Letterlijk dus. Want al die mensen die ook in de mist verdwaald waren zagen ons ook niet en sommigen huilden stressten alles dus het was iedereen ontwijken zonder dat je ze zag komen zeg maar, heel interessant. onze eigen mensen hebben we op die piste nooit teruggezien overigens.

Dat Quina heldmens snapte wat ons te doen stond en we kwamen bij een lift (dit klinkt als 10 minuten maar duurde allemaal een uur). Dat was na deze dag peanuts geworden, ik was allang blij dat ik geen zicht nodig had om vooruit te komen en het gebrek eraan dus ook geen probleem was. En dat ik Quina weer kon zien. Mocht je gaan skiën, neem dan iemand mee met een lichtgevende broek als die van Quina en liefst ook nog met zo’n contrasterend huidskleurtje in die sneeuw.

Bovenaan de lift bleek dat we een stukje moesten lopen. Alleen we zagen dus niks niet dus we hebben een ware tour de jour gemaakt voordat we wisten waarheen. Dat klinkt als een toeristische side seeing. Dat was het NIET. Temeer omdat we niks konden “see” en vanzelf.

Nou was lopen met de ski’s s morgens door de kelder van ons huis al geen hoogtepunt in mijn leven, maar na zo’n slopende tocht met verzuurde benen door de sneeuw stappen met ski’s en stokken en alles was helemaal een ervaring waar ik best zonder had gekund. Dat was ook het moment waarop Quina en ik unaniem en zonder overleg besloten al onze positiviteit en doorzettingsvermogen te laten varen (of wegsleeen dat is misschien beter in deze context) terwijl we onxe een wegbaanden naar Joost mag weten waar (want: die mist) en ik wanhopig probeerde Quina’s fluoriserende broek te blijven zien. Vooruit te komen, niet neer te vallen of een voortijdige dood te sterven omdat een skiër die me niet zag (want mist) me schepte (was ook vet erg sneu voor Quina geweest dan had die mij ook mee moeten slepen. Of laten liggen maar dan was ik pas na de mist teruggevonden. Of begraven in die berg. Zou wel schelen in Uitvaartkosten. Zouden skiers ook aangehouden kunnen worden voor doorskien na een ongeval als ze net geval waarover ze heen skieden niet eens hadden gezien trouwens?! Oh en al deze dingen bedacht ik me dus echt op dat moment. Dat ook nog.)

Nou ja. Zo probeerden wij dus ons huis te vinden terwijl ons lijf langzaam afstierf. Voor onze lol he, want daarom waren we gaan skiën tenslotte. Ik heb een boel woorden uitgesproken die… nou laat ik het zo zeggen: ik had mijn Bijbelschool diploma accuut in moeten leveren als de schoolleider ze gehoord had. Dat niveau.

Ondertussen maakte ik me 8 miljoen 788.000 zorgen om “die meiden” (mijn vriendinnen dus). Niet omdat ik twijfelde aan hun mannen maar wel omdat ik hun angsten had gezien en ik dacht ‘och die mopkes, in die mist op de piste, hoe moet dat.’ (Ik als pro deed dat zoeven natuurlijk..haha owow)Dat had ik ook meerdere malen uitgesproken. Tot Quina (of nou ja een groene broek die ik wazig kon onderscheiden en waar ik Quina in vermoedde), wijs opmerkte dat we ze nog niet zouden zien als we erlangs liepen dus dat we eerst naar huis moesten dan konden we het daar zien. (Binnen was geen mist). Uitstekend punt. (“En wij moeten ook nog zelf levend thuiskomen. “Wederom:uitstekend punt.)

We kwamen uiteindelijk aan. Vriendin en man van nummer 1 waren er al (dat is een stel er waren niet spontaan mistige nieuwe combi’s ontstaan). en…voor wie nu emotionele all you need is love achtige herenigingen verwachtte (ik dus): neen. De realiteit is dat stress en vermoeidheid en bijna dood ervaringen de meeste mensen kranky en kortaangebonden en niet zo liefdevol maakt. Zo waren wij dus allen.

Dat zie je bij die lui die met Robert ten Brink de wereld over reizen nou nooit. Maar die skien ook zelden in de potdichte mist, dan zou je alleen maar wit zien op tv en dat is niet zo goed voor de kijkcijfers.

Ok. We dwalen af. Wij stapten dus die kelder in en werden begroet met de vraag “waarom nemen jullie je telefoon niet op?!”.

Tja. Ik was de afgelopen 1,5 tot 2 uur vrij druk met niet doodgaan en: niet Quina kwijtraken. En dan het liefst die combinatie.

Het is interessant hoe de bezorgdheid en liefde in een nano seconde om kunnen slaan in boosheid en irritatie. Ik snap nu wat ouders moeten hebben die hun kind zien nadat ze het kwijt waren geraakt. Terwijl dat kind gewoon heerlijk aan t spelen was ergens, dat idee. Ik had eigenlijk weg willen lopen, maar ik had die schoenen nog aan en mn voeten waren tragisch in coma geraakt dus in plaats daarvan zei ik maar nare dingen en gooide mn stokken neer.(Hielp niks. Maar ja.)

Nou ja. Eind goed al goed, iedereen kwam terug, de laatsten hadden uiteraard de sleutel, wij konden naar binnen, iedereen leefde en na een douche, eten en een welverdiende borrel was iedereen weer blijde en konden we erom lachen.

Wees gerust. Er volgt nog veel meer leedvermaak voor jullie. Turns out dat ik in een week daarvan heel veel kan creeëren.

(Niet zonder trots wil ik graag nog even melden dat ik de volgende dag de piste zag die we terugredenerend (ok nee, dat is niet helemaal waar. Die QUINA terugredenerend herkende als een van de pistes van gister)…. en die was een soort van…rechtop. In geen 8 miljoen jaar was ik daar met zicht vanaf gegaan. Ik snapte nu wel waarom t vrij stijl voelde. )

My thoughts; “ik vergeet alles”

“Ik vergeet alles” dat roept mijn 96 jarige oma al jaren. Op z’n liwwadders dan he, dus men dient het uit te spreken als: ik vurgeet alles.

Ik moet daar steeds aan denken van de week. Ik vergeet namelijk “oek” alles. En ik raak alles kwijt. Het is chaos in mijn hoofd en dat uit zich in chaotisch gedrag waardoor mijn leven een chaos is waar mijn hoofd dan weer chaotisch van wordt waardoor…

SNAPJEMIJNPROBLEEM?!

En voor je lief en als bemoediging begint met; ‘dat valt vast mee’

Neen. Dat valt het niet. Zo heb ik van de week niet alleen meerdere keren mijn telefoon gezocht terwijl ik belde, mijn bril gezocht terwijl ik hem op had (en ik zeg je: totale paniek he, want ik ben er volledig van overtuigd dat hij weg is dan) ben ik constant de sleutels van mijn leslokaal kwijt (die duiken dan op een andere plek op het werk. Of in de prullenbak bij de wc’s omdat ik dacht dat ik hem op de prullenbak kon leggen. Of ze liggen op mijn bureau, waar ik gewoon aan zit. Of ze zitten in mijn lunchtrommel. Of ze hangen nog in de deur. Die laatste is favoriet en gevaarlijk: leerlingen zijn graag bereid de deur op slot te draaien. Met mij erin. Terwijl je van binnenuit hem niet los kan doen. ) en mijn fiets achter het schoolgebouw gezocht terwijl hij ervoor stond…

…maar ik ben ook het complete afscheidscadeau voor de stagiaires kwijtgeraakt (je weet wel, waar elke leerling dan iets voor maakt. En waar ik super streng op was omdat het er gelikt uit moest zien en ze er moeite voor moesten doen, dankbaarheid leren en alles. Dat afscheidscadeau)…

En…mijn absolute dieptepunt: toen ik naar school fietste, ik herhaal FIETSTE. en ik al een aardig eind op streek was, ben i, terugGEFIETST omdat ik mijn fietssleutel kwijt was…

…laat dat even op je inwerken. SNAP JE MN PROBLEEM?

Het wordt per week erger. Ik heb al een mega paniek moment beleefd toen ik mn usb stick (met leerlingegevens, die er nog af moesten ivm de nieuwe privacy wet. Maar dat had ik nog niet gedaan,die stick. ) kwijt was. Ik probeerde een stagiare nog de schuld te geven (jij had m!) maar die vlieger ging niet op. Lokaal over de kop (de leerlingen kijken er al niet meer van op), nachtmerrie waarin de Leeuwarder courant alle leerlinggegevens publiceerde als groot schandaal wegens gebrek aan privacy bij PJ, ik op het hoofdkantoor bij de directie(geen grap, echt gedroomd) stress en alles. Zat ie gewoon op een veilge plek waar ik hem vol automatisch had opgeborgen…

Ik zeg je: zo komt een mens toch ook niet tot rust?!

Vorige week met de ijsverkoop vroeg ik zo’n 788 keer wat mensen voor topping wilden en kon ik spontaan niet meer rekenen (super genant als de klant moet zeggen dat je het verkeerde bedrag noemt of teruggeeft)

Ik vergeet wat ik moest doen, maar weet wel dat het nog veel is. Niet zo bevordelijk voor de rust moet ik zeggen. Ik weet dat ik nog iemand moet bellen, maar heb geen idee wie. Ik heb zoveel apps die ik nog niet beantwoord heb da ik maar gestopt ben de schade in te halen en erop vertrouw dat mensen wel weer appen of bellen als het dringend of nodig is. (Dus als je nog op antwoord wacht, dan weet je wat je te doen staat). Ik luisterde mijn antwoordapparaat vorige week per ongeluk af (serieus per ongeluk, ik zocht mijn huissleutel. Had haast, liet het complete sleutelkastje flikkeren bovenop het antwoordapparaat wat begon af te spelen. Ja. Zo leef ik dus). Daar stonden felicitaties op voor mijn verjaardag. (Die was 15-2) en dat was niet omdat mensen nu pas gebeld hebben…

Het is dweilen met de kraan open. (Dweilen dat zou ik ook nog doen!) . Mijn hoofd zit vol met werk en prive, en knalt uitelkaar van de koppijn. Vol met het afronden van het schooljaar en met het komende schooljaar. Met (leerling)problematieken en zorgen om mensen. Met heul veul dingen die in mijn omgeving gebeuren en waar ik oprecht betrokken bij ben en dus ook van me wil laten horen. Leuk en heel verdrietig. Vreugdevol en emotierijk. En weten hoe het gaat. En of er hulp nodig is (bij voorkeur s nachts want verder zit ik wat krap in tijd). En ik denk echt en oprecht heel veel aan al die mensen. Maar stadig aan begin ik het spoor wat bijster te raken. Dus als je een felicitatie kaart krijgt als je ziek bent of een condoleantie kaart als je jarig bent…vergeef het me. Ik denk aan je, dat blijkt, de rest moet je er even zelf bijdenken. Bedankt.

Dat ik nog weet dat ik naar de wc moet en elke dag op mijn werk kom mag een wonder heten. Nog 1 week. Dan is het vakantie…

En nou hoop ik dus dat dit hele verhaal jullie vermaakt. En dat jullie er om kunnen lachen. Is het toch nog ergens goed voor.

Zo. Even bedenken wat ik ook alweer zou doen.

Oh serieus. Ik was hier gestopt, blog klaar en zie nu net dat ik het bad had aangezet om even te chillen. Dat was ik vergeten en nu is de badkamer in zijn geheel een bad met eucalyptus…

SNAP JE MN PROBLEEM!?!

Ski avonturen part 4: De eerste ski-ochtend

Jaaaa hoor.

DAAR GAAN WE WEER!

De lessen gevolgd, ski fratsen aangeschaft (LIDL jonguh! Je weet zelluf! ), auto een grote beurt bij de garage (kostte suver meer dan die heule vakantie maar je moet er wat voor over hebben om vrijwillig de dood in de ogen te kijken), sneeuwkettingen… (zie blog https://mariekegroen.wordpress.com/2018/01/02/uit-het-leven-van-mij-en-mn-ford-fiat-sneeuwkettingen/ ) waren er. Tomtom voor mn verjaardag gekregen (ik zag mezelf al aan zee staan met mn ski’s ). Niks meer aan doen; helemaal klaar voor zou je zeggen.

Door een onfortuinlijk incident op het werk, de avond voor vertrek, vertrok ik met een gescheurde spier in mijn rechterarm. (Het is een gave). Ik zei nog tegen de dokter: “ah joh, gelukkig ski je met je benen”. De beste man keek me bedenkelijk aan, maar ik dacht: ach, hoe erg kan je die armen nodig hebben.

Turns out: enorm.

Na een nachtelijke reis (ik word echt te oud voor zulke s nachts doorrijd-grappen na werkweken met schoolfeesten) kwamen we, niet meer zo fris en fruitig maar wel blijde en mude, aan op de plaats van bestemming. Dankzij “man van” nummer 2 lagen schoenen, ski’s en stokken op ons te wachten, appartement werd betrokken, eerste avond vol gezelligheid en vroeg op bed (wegens: wij zijn gebroken na een nacht doorrijden), waren we zondagmorgen fris en fruitig voor de eerste skidag.

De les stond voor s middags geboekt, maar hee: ik was immers ervaren inmiddels: 16 jaar geleden geskied en 3 keer rollerbaan, wie deed me wat!

Vol goede moed daalde ik af naar de kelder. Die moed was me bijna weer in de schoenen gezakt toen ik mijn skischoenen aan moest doen, ware het niet dat ik de schoenen niet aankreeg en die moed er dus niet eens in kon zakken.

MIJN GOD. Welk sadistisch menspersoon heeft die krengen gemaakt? (T moet een kerel wezen, kan niet anders).

Voor de gelukkige onervaren niet skiënde medemens: ze geven niet mee, er zit een soort onmogelijke bocht in de schoen waar je onmogelijk doorheen kunt komen. En áls je dan met veel trap, prop en druk werk (en t swit in de bilnaad, temeer omdat je miljoen duizend kleren aan hebt) die voet erin hebt…  DAN MOET DIE SCHOEN OOK NOG DICHT.

Ik zeg je, toen ik die krengen aan had en me bedacht dat ik dit elke dag zou moeten doen, leek slapen met skischoenen me eigenlijk best een prima plan.

MAAR TOEN GING IK OP SKISCHOENEN LOPEN.

Nou. Daar zijn ze dus niet voor gemaakt. Die schoenen. Mijn voeten ook niet trouwens. Als een soort astronaut waggeldewaggel je voort. Bonk bonk bonk. Autsj autsj autsj. En je moet die ski’s en stokken ook nog meeslepen. MET DIE ARMEN die ik niet nodig dacht te hebben dus….

Maar ja. Enniewee. Voor dat sjouwen schijnen 100 handige systemen  te zijn, maar ik vond t allemaal geprutkut. Die stokken flikkeren van die ski’s (“daar kan je ze zo handig omheen hangen”) af, die ski’s willen elkaar liever niet vasthouden (“je klikt ze zo op elkaar dan houden ze elkaar vast”), die schoenen willen niet lopen…

Nou ja. Louter vakantievreugde, ontspanning en genieten dus dat hoor je wel. kletstrochwiet van t zweet en de inspanning stond ik uiteindelijk in de sneeuw. (Heulemaal bevroren na een kwartier want ja… nat wordt ijs en ijs is koud). De ski’s klikten wel aan (APPLAUS!) en vriendin (je weet wel, die van die bal op de rollerbaan) en ik zouden wel even mee met de ervaren pro’s. “Even een rondje blauw.”

Toen ik van het appartement naar de skilift was ge… nou ja. Somehow kwam ik daar aan, maar skiën is niet echt t juiste woord…Toen had ik al enigzins mn twijfels, maar ja. Omhoog skiën is ook zo wat. Dat was dan weer een voordeel van die band daar werd je omhoog gelanceerd. Zo niet in het echte ski leven, waar de zwaartekracht vaak lijkt te winnen van de wilskracht.

Wachten voor de skilift (schuif schuif, “Marieke bij ons blijven ” “Marieke wel aansluiten” “Marieke je niet weg laten duwen” “Waar is Mariek?!” ) en nergens geen efteling bordjes met “vanaf hier nog 45 minuten” dus het is lijden, strijden en overleven. Voor je plezier he, dat wel natuurlijk.

In de lift komen was uiteindelijk niet zo’n punt (die bank haalt je vanzelf onderuit dus je vliegt vanzelf op zn plek. Tip van mij: ga óp een stoeltje zitten, want op die scheidingslijn van 2 stoeltjes komt een metalen gevaarte en als die op je geplet wordt voelt echt uitermate onprettig. Voor u uitgetest.

Maar ERUIT is de echte ellende… Dat moet zeg maar in een nanoseconde (ik zag mezelf alweer naar beneden gaan met die lift) maar in je handen zitten die stokken, aan je voeten die latten, naast je mensen die er ook uit willen (net iets te snel het hekje omhoog, skistok in de neus, bril in t oog, heerlijk zo’n tochtje)….

Maar toen waren we boven. Glorie!  Vervuld van trots was ik dat ik dit overleefd had. En mn vrienden nog niet kwijt was geraakt in het gedrang. En mn ski’s nog aan mn schoenen zaten en mijn stokken niet in een dal lagen.Hoera! Zie mij! Wauw! Ik sta hier!

En toen keek ik dus die piste naar beneden…

Voorzichtig glijden (BOCHTJES MAKEN! Ja ja ja ja. Ik doe mn best maar die dingen willen echt heeeel graag naar beneden).

Na een klein stukje bleek de blauwe route stiekem een stukje rood te hebben.

Tja. Gek genoeg kan ik dan wel vrij rationeel denken: tja, naar beneden moeten we toch, dus gaan en we zien wel waar t schip strandt. Ik sprak mn vriendin nog wat moed in (iets met lamme en blinde)… en ik ging.

Na 10 meter was ik bang dat ik dood zou gaan.

Na 50 meter was ik ervan overtuigd dat ik dood zou gaan. (Ik heb – zonder grappen- overwogen om het thuisfront te bellen waar ze mn uitvaartwensen kunnen vinden)

Na 100 meter leek doodgaan me eigenlijk ook best een prima optie vergeleken met het “verder naar beneden” alternatief.

Na 110 meter had ik me gewoon neergelegd bij het feit dat mijn leven op deze piste zou eindigen en dat het dan ook niet zoveel uitmaakte hoe.

Dus ik dacht: recht zo die gaat dan maar.

Als een soort kamikaze piloot vloog ik naar beneden. Vreemde sensatie, iets tussen een “kicken” en “ik ga dood” in.

En toen dacht ik: stoppen. Hoe zou dat moeten als je zo hard gaat?

Wellicht had ik dat eerder moeten bedenken, dat bedacht ik me toen ook nog. Dat ik dat eerder had moeten bedenken dus. Maar daar had ik weinig aan op dat moment.

Geen Valentijn die de band stilzette tenslotte. Ik ben niet echt een pizza mens en dat bleek eens te meer, die pizzapunt wilde niet.

Bochtjes ook niet. Niet dat ik daardoor de ski’s mooi “parallel” had staan hoor. T was meer een overlevingsstand. Die ski’s hadden hun eigen feestje en mn spieren probeerden te remmen. En mn stokken douwde ik in de sneeuw. Met die armen die ik niet zou gebruiken dus.

Ik vond t wel stoer van mezelf dat ik gewoon ging, de “mannen van” ervaarden dit iets anders. (“Je moet echt meer bochtjes maken je kan niet zo kamikaze naar beneden! Levensgevaarlijk met jou. “ ).

Ach. Mannen en ik, we zullen elkaar nooit begrijpen.

Uiteindelijk stond, STOND, jawel, STOND, niet lag, ik stil.

Een van mn mede reizigers houdt wel van pizza en ging voor Domino: van achter op me af en. Zoefffff. Daar lagen we. Ik lag bovenop, wegens: van achter benaderd. Zij onder. Ik vind t prettig dat mijn vriendinnen achter me staan maar dit ging toch net wat te mal. Zij schreeuwde: “Mariek! Au au au ga van me af.” Alsof ik daar was gaan liggen voor mn plezier, maar vooruit, dat leek me niet het moment om daarover in gesprek te gaan. Ik vroeg me wel af hoe ik van dr af moest komen. In fysieke zin dus, niet dat ik stand a Pé de vriendschap op wilde zeggen. In een goede vriendschap kun je elkaar finaal onderuit halen en blijf je toch nog verbonden zeg maar. (Das een diepe, schud ik zo uit mn mouw ook nog!).

Maar we dwalen af, dat opstaan dus. Het probleem was: ski’s, stokken en Ledematen zaten in de knoop. Ik probeerde -met die arm die ik niet zou gebruiken- mijn stok in de sneeuw te duwen en zo mezelf omhoog te krijgen maar da mislukte jammerlijk omdat vriendin haar ski en aanhangende been mee omhoog kwamen, terwijl de rest van haar lijf nog onder mijn lijf lag. Got the picture?!

Gelukkig heeft zij een man die hielp met de woorden “ja dit is niet echt handig.”

Enorm fijn zo’n kerel. Dat helpt.

Nou ja. Ik kwam omhoog, zij kwam omhoog. Opstaan, kroontje (nou ja lidl helm) rechtzetten, verder gaan.

Het goede nieuws is:

1. Ik kwam beneden

2. Ik overleefde

3. Ik kon gewoon mee naar de les s middags.

En het beterste beste nieuws voor jullie, trouwe genieters van mijn leed dat Marieke ski avontuur heet: meer verhalen volgen!

Want: volgende keer, in “het leed dat Marieke’s ski avontuur heet…”

die middag…. ow ow ow. Daar was de ochtend een lachertje bij….

CLIFFHANGERTJEEEEE

To be continued….!

(Hoewel jullie natuurlijk al weten dat ik levend thuis ben gekomen dus het is wel een beetje zoals het kerstverhaal en paasverhaal je hoort het aan maar je weet al hoe het afloopt. En dat het goedkomt. Maarja).

My thoughts… spaaracties

Ok. Even serieus. Die spaaracties van supermarkten…

… die zijn toch voor niemand leuk?!

Ouders hebben nu, alsof boodschappen doen voor een gezin met het bijbehorende management niet al gecompliceerd genoeg is, nog extra (reken) zorgen. Wat zoon of dochterlief (of beide) wil sparen. Voor groenteknuffels of kaartjes of mini nep-boodschapjes voor je eigen winkel of groentetuinplantjes of… ja precies.

En nou hoor ik je denken: “ach, je koopt wat je moet kopen en als het dan lukt om zoiets te verzamelen hebben ze mazzel.”

Maar neen. Zo werkt het niet. Want de cultuur op scholen is hard en meedogenloos. Spaar je niet mee, dan kun je niet meedoen en meepraten en hoor je er niet bij. En dat wil je niet als ouder, dat je kind er niet bij hoort. En dus zie ik ook de mensen die zo hard beweerden zich daar “nooit voor te lenen” nu keihard sparen en rekenen in de supermarkt om net op die benodigde 10 of 15 euro te komen om een zegel te krijgen.

Een zegel ja, lieve mensen, u leest het goed: EEN ZEGEL. want je krijgt steeds minder vaak “zomaar” iets, je moet ervoor sparen. Bij 10 of 15 euro een zegel en bij een volle spaarkaart een knuffel of spel, of….

Voor je daadwerkelijk iets in huis hebt ben je dus zomaar 150 euro verder en dan heb je er 1. Ik vermoed dat menig ouder zich op dit soort momenten afvraagt waarom 2,3 of -God verhoede- meer kinderen zo’n goed iee was, als ze weer eens extra koffie en wasmiddel en dat soort houdbare dingen in staan te slaan om op al die euro’s te komen en alle kinders van spul te voorzien. Valt nog niet mee (zeker als je ook nog very hip meedoet met e-nummer vrij, gluten-vrij, soja arm of juist rijk, zonder zakjes en pakjes of weet ik wat voor voedingshype, want die biologische prutjes koop je dan over het algemeen weer niet bij deze supermarktketens, maar dat terzijde).

Maar die spaaracties dus. Voor kinderen lijkt het me ergens toch ook niet alles. Al dat gestress over de boodschappen die moeders doet en of je wel genoeg zegels hebt voor onzinnetje nummer 80.

In mijn tijd -beppe- hadden we flippo’s. Voor iedereen die na, pak m beet, 1992, geboren is: dat waren kleine plasic rondjes zo groot als een rijksdaalder (een wat? Ja precies) met plaatjes erop. Die zaten in zakken chips. (Ik weet niet eens meer precies hoe het zat, 1 in zo’n klein zakje en 2 in een grote?! Anyone?) Daar kon je spelletjes mee doen (deed niemand) en ze ruilen en dan je aanwinsten verzamelen in een map. Die gekocht moest worden, dat dan weer wel.

De prehistorische versie van de huidige spaaracties van winkels dus, maar er waren zeker enkele overeenkomsten: het was in principe nutteloos, er moest een product voor worden ingeslagen, als je ze niet had hoorde je er niet bij en er zijn vast juffen en meesters overspannen geraakt van de pleuris die uitbrak als een leerling trakteerde op zakjes chips (dat mocht toen nog in die tijden) en de flippo rellen losbarsten.

Een voordeel had het wel, bedenk ik me nu: al die kids waren zo gericht op die flippo in het zakje dat ze de chips van schrik vergaten. Tel daar bij op dat we geen Ipads hadden maar buitenspeelden en zie daar de oorzaak van de grote stijging van obesitas bij kinderen. (Amen. En nou ophouden met dat voedingsgezeik. )

Maar daar bleef het dan wel zo’n beetje bij. Niet elke winkel, elke week, elke keer wat anders.

Nou ben ik geen kind, geen moeder, maar… ik vind die spaaracties ook bloedirritant. En wel om het volgende:

BEDELENDE KINDEREN BIJ DE WINKEL.

Ik werk als kinderen op school zitten, dat is zeg maar inherent aan het leraarschap, wat betekent dat ik boodschappen doe als de kinderen vrij zijn. En daar begint de ellende.

Voor je naar binnen gaat staan er al een aantal te krijsen, ik zeg je: krijsen; “mogen we uw zegeltjes als u die heeft?” Na de boodschappen verdringen ze zich om die zegels uit je handen te scheuren. Dranghekken of geen dranghekken. (Ik bedoel, drankhekken… zo ver zijn we al. Gekkenhuis) Het is natuurlijk een leuke manier om te ervaren hoe beroemdheden zich voelen op de rode loper of Alex en Max als ze ergens hun entree maken, maar na een keer of drie is die lol er wel af. En dan is het gewoon bloedirritant. Die wachtende kinderen buiten die supermarkten dus .

Ik snap met de beste wil van de wereld ook niet waarom je dit als ouder toe zou staan dat je kind daar staat te schooien, maar goed ik zal er maar positief vanuit gaan dat ouders denken dat hun bloedjes buiten spelen in plaats van onschuldige mensen bij de winkel lastig te vallen.

En echt ik hou van kinderen, heus waar. Daarom ben ik het onderwijs in gegaan. “Waarom dan zo negatief Marieke?” He, goed dat je het vraagt!

Ik zal het je vertellen. Ik hou niet van dat gebedel, ik hou niet van de hele mentaliteit die er lijkt te heersen waarin je overal “recht” op hebt en de bijbehorende brutale en onbeschofte manier waarop er dan soms gevraagd wordt. Een voorbeeld: een tijd geleden verliet ik met een andere vrouw, die kwam van de andere kassa, de lidl. Buiten stond een leger kinderen, met een duidelijke leidinggevende jongen van een jaar of 10. “heeft u. zegels, heeft u zegels, heeft u…”

De mevrouw zei: nee. Waarop het kereltje antwoordde: “Jawel jullie allebei ik zag dat u ze kreeg dus jullie liegen.”

Het kind had mazzel dat die vrouw vooraan stond en eerder reageerde, want juf Marieke was al klaar om los te gaan. Ik heb het nu gelaten bij mijn strenge juffen blik, zeer effectief want ze dropen af.

Ik geef nooit bij zo’n supermarkt, omdat er genoeg kinderen om me heen zijn die sparen, maar ook uit principe. Hou op met die gekkigheid.

Vandaag was de caissière van de Poiesz zo van zn apprepaut door die krijsende kids dat hij zich vergiste met pinbetaling en de bon geven en zo ook de plaatjes vergat. Die ziel. Maar ik kon hem wel zoenen.

Heeft u plaatjes?

NEE.

Ski avonturen part 2: les 2&3

Gezien het feit dat jullie in grote getale schijnen te genieten van het leed dat “Marieke’s ski avontuur” heet, zal ik jullie dan eindelijk verblijden met een vervolg. En om de spanning er even in te houden: nog geen verhalen uit de Franse Alpen (SPOILER: ik heb die Alpen dus wel gehaald), maar les 2 en 3 op de rollerbaan.

Na mijn aanvankelijke trauma en daarop volgend: een middag uithuilen bij vriendin 1 (die, zeer bewonderenswaardig gezien het feit dat ze nog met me op reis zou moeten, me ervan had overtuigd dan annuleren geen optie was). Én een bemoedigend gesprek met mega ervaren ski vriendin 2 (die bovendien een ervaren man op de bank had zitten en die beiden bevestigden dat een uur op zo”n rolmat ook echt loeizwaar is…)

…had ik toch 2 lessen geboekt. Of nou ja. Ervaren skivriendin had een les voor ons samen gefixed waardoor ik vriendelijk doch dringend en effectief gedwongen werd om -met mental support- nog een les in te gaan. En in het kader van “if I’m going down, I’m taking everybody with me, had ik voor vriendin 1 en mijn persoon ook een les geboekt.

Die 2e vond als 1e plaats (ik had het eenvoudiger kunnen omschrijven maar ik hou jullie graag scherp). Op een vrijdagmiddag, 2 weken na de 1e les. Die tussentijd was noodzakelijk want na de 1e les heb ik dagen niet kunnen lopen, laat staan skiën.

Op vrijdagmiddag, na bemoedigingen van ervaren collega’s (die nog niet zoveel ervaring met mijn persoon hadden), vertrok ik naar de skiles. Als je dan binnenkomt en ze begroeten je zo’n 2e x al lachend met “ha Marieke, ben je er toch weer!” Dan weet je dat je… indruk hebt gemaakt. Laten we het daarop houden.

Gelukkig had mn mede-lijdende vriendin een jaar ervoor ook trauma’s overgehouden aan deze baan dus ik spacete m in ieder geval niet alleen.

We kregen les van Valentijn. Daar had ik natuurlijk al mijn conclusies uit moeten trekken. Valentijn en ik, dat is al 31 jaar geen match, dus waarom ik verwachtte dat deze Valentijn me iets goeds zou brengen…

…maar goed. Als de les dan begint met 2 vrolijke 5-jarigen die de baan opstappen en erop skiën, dan is je gevoel van eigenwaarde in elk geval meteen weer vakkundig om zeep geholpen. De juf in mij was, dat moet gezegd, geïntrigeerd door Valentijn zijn lestechnieken. En de manier waarop hij de kids vakkundig afleidde met spelletjes waardoor ze spelenderwijs ongemerkt de techniek leerden. Chapeau. Ik zei nog tegen mn vriendin: “dat heb je met kinderen. Die gaan voor het spel en het vangen en vergeten die ski’s, wij zijn veel te gefocussed.”

De oplettende lezer voelt al wat aankomen…

Enfin. Vriendin en ik moesten ook de baan op. De overige lessers én de ouders van de 3 kindjes in onze groep, hebben een prachtig uur gehad, dat moet gezegd. Waar wij zijn is live entertainment, of het nou kleding passen, ijs verkopen of ski les volgen is. Wij ehm. (Be)leven de boel intens, tot hilariteit van anderen. Zo ook nu. Ik zal niet alle verhalen uit de doeken doen, gevalletje “je had erbij moeten zijn.”

Valentijn, die het zwaar had met ons dove oude wijven (het aantal x dat degene van ons die boven was hem niet verstond was op zn zachtst gezegd zorgwekkend. Maar ja, dat was dus het probleem, dat zacht zeggen.)

Enniewee…

Valentijn wilde ook zo’n afleidend spel met ons doen, mogelijk meer om ons af te leiden van ons onzinnig commentaar om de stress te verbloemen, dan om onze focus van de ski’s af te halen, maar vooruit.

Hij gooide een bal naar vriendin boven, die moest hem vangen en naar mij gooien. En dan moest ik hem dus vangen. C’est simple con bonjour. Alleen ik ben, ook zonder ski’s, niet zo goed in vangen. Enige zorg was dus op zijn plaats.

Ik had me geen zorgen hoeven maken, zover kwam het niet. Vriendin ving de bal. Gooide hem… nou ja. Ergens heen maar niet naar mij. De bal dacht: zoek t maar uit en viel op de baan. Tussen mn ski’s.

Ik bleek meer kind dan ik dacht, want in het vuur van het spel vergat ik de ski en zou de bal wegschoppen. MAAR JE HEBT DUS DIE STOKKEN AAN JE VOETEN. Wat volgde was een knap staaltje acrobatiek en reactievermogen, al zeg ik het zelf. Ik maakte een soort achterwaartse val, maar voor me kwam, zorgwekkend snel, de metalen stang om je aan vast te houden dichterbij. Dankzij mijn werk ben ik enorm getraind in het wegduiken voor materialen, dus ik slaagde erin de stang te ontwijken terwijl ik een soort limbo deed. En dat in een halve seconde. Maar na die stang houdt de baan op. Waardoor ik zeer onflatteus met mn ski’s in de lucht, onderaan de baan, voor al die ouders en kids én een volle kantine, op zn kop lag.

Het enige wat je dan nog kan doen om je eer te redden is lachen en zeggen “valt mee, geeft niks, kan gebeuren, nothing on the hand, nee geeft niks pop kan jij niks aan doen (tegen verontschuldigende vriendin)” roepen, terwijl je halfslachtige pogingen doet om de ski’s weer beneden en je hoofd weer boven te krijgen.

Pointless to say dat ik zo al onder de blauwe plekken zat vóór de skireis…

Valentijn heeft de bal maar opgeborgen. Het was mijn absolute Valentijn dieptepunt sinds mijn traumatische jaren op de Montessori toen ik elk jaar toch stiekem hoopte dat iemand me zo’n “je kan hem via het leerlingen vereniging spel sturen” roos zou sturen. Dat valentijnsspel heb ik dus nooit meegespeeld en deze x wenste ik weer dat ik Valentijns spel niet had gespeeld.

De dinsdag erna moest ik alweer. Wederom na een werkdag, maar nu met een zeer ervaren ski vriendin die me al een aantal x telefonisch opgepept had mbt mijn ski proces.

Ik moest nu tegelijk met een dude die het er nog minder vanaf bracht dan ik, voelde wel prettig, en eigenlijk ging het best ok. Vond Valentijn (die geen bal meer pakte deze x), ook. Ik voelde me heel even blij en de pappa naast wie ik tijdens de rust blokken (als anderen lijden) zat, gaf me allemaal tips en bemoedigingen en complimenten. Zijn vrouw was beduidend minder hartelijk daarna trouwens. Maar ja.

En toen was ervaren vriendin aan de beurt…

…laten we het er vooral op houden dat ik blij was dat ik een soortemet versierd werd ondertussen, anders was mn zelfvertrouwen definitief verdwenen vermoed ik. Zij ski-de als een pro. Strak, parallel, alles. En was nog niet eens tevreden ook. Ik kon haar niet meteen bemoedigen, omdat mn mond nog openhing: van verbijstering. En ik maakte in mijn hoofd een aantekening:”komende 20 jaar niet met haar skiën als ik nog iets van eigen-ski-waarde wil houden.

Maar gezellig was het wel. En, eerlijk is eerlijk, opbeurend genoeg om te concluderen dat ik het aandurfde, die Alpen.

Next step (en volgende blog) werd dus: op naar Les Meniures !